ECLI:NL:RBDHA:2024:1910
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hoekwoning in Den Haag voor belastingjaar 2023
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn hoekwoning te Den Haag, die door verweerder initieel was vastgesteld op € 765.000 en na bezwaar verlaagd tot € 735.000. Eiser stelde een lagere waarde tussen € 600.000 en € 620.000 voor, onder verwijzing naar verkoopprijzen van vergelijkbare woningen.
De rechtbank heeft het taxatieverslag en de vergelijkingsmatrix van verweerder bestudeerd, waarin systematische vergelijking met nabijgelegen woningen van vergelijkbaar bouwjaar en type is toegepast. Hierbij is rekening gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en woningtype, waaronder het feit dat de woning een hoekwoning betreft met meer oppervlakte dan de vergelijkingsobjecten.
Eisers argumenten, waaronder de aankoopprijs uit 2018 en de verkoopprijzen van twee andere woningen, zijn onvoldoende onderbouwd en niet overtuigend voor een lagere waardering. Ook de aanwezigheid van een garage op het perceel leidt niet tot een lagere waarde, omdat dit ook geldt voor de vergelijkingsobjecten.
De rechtbank concludeert dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 735.000 wordt ongegrond verklaard.