ECLI:NL:RBDHA:2024:19121
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiseres diende op 12 juli 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waarna eiseres een ingebrekestelling indiende op 1 augustus 2024. Sinds 27 januari 2023 is het besluit WBV 2023/3 van kracht, dat de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt.
Eiseres betwist dat de verlengde beslistermijn van toepassing is en stelt dat de ingebrekestelling niet prematuur was. De rechtbank verwijst echter naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is geoordeeld dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 zich voordeed ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2023/3.
Daarom valt de aanvraag van eiseres onder de verlengde beslistermijn en moet verweerder uiterlijk op 12 oktober 2024 beslissen. De ingebrekestelling van 1 augustus 2024 is te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor het beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling.