Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 20 oktober 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser, van Mongoolse nationaliteit, betwistte de gronden van de maatregel niet, maar stelde dat het onduidelijk was of de minister voldoende voortvarend handelde bij zijn overdracht naar Frankrijk, waar zijn asielprocedure loopt. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend was, onder meer omdat op 7 november 2024 een claim akkoord van Frankrijk was ontvangen en de overdracht op korte termijn gepland stond.
De rechtbank voerde ook een ambtshalve toetsing uit en concludeerde dat de maatregel tot het moment van onderzoek niet onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter D. Verduijn op 15 november 2024 te Utrecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.