Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het procesverloop
- de moeder met haar advocaat;
- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een jong kind in een pleegzorgvoorziening, ingediend door de gecertificeerde instelling. De moeder had haar behandeling bij het moeder-kindhuis voortijdig afgebroken, waardoor er onvoldoende zicht is op haar opvoedvaardigheden en stabiliteit. De ouders vertonen problematiek, waaronder verslavings- en emotieregulatieproblemen, en er zijn zorgen over agressie richting hulpverleners.
De moeder betwistte het verzoek en gaf aan bereid te zijn opnieuw een traject te starten, maar wees op het gebrek aan adequate hulpverlening en begeleiding. De vader onderschreef het standpunt van de moeder. De Raad voor de Kinderbescherming nam geen specifiek standpunt in maar benadrukte het belang van duidelijkheid en stabiliteit voor het kind.
De rechtbank oordeelde dat de verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind. De rechtbank toetste het opvoedbesluit van de gecertificeerde instelling en vond dit voldoende onderbouwd, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 1 september 2023. Gezien de problematiek van de ouders en het belang van continuïteit in de pleegzorg, wees de rechtbank het verzoek van de moeder tot aanhouding af.
De machtiging tot uithuisplaatsing werd verlengd tot 20 april 2024 en uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De rechtbank benadrukte het belang van het bevorderen van de band tussen het kind en de ouders, ondanks het genomen opvoedbesluit.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing tot 20 april 2024 en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad, terwijl het verzoek tot aanhouding of afwijzing van het opvoedbesluit wordt afgewezen.