ECLI:NL:RBDHA:2024:19151
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Denemarken
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Denemarken volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is. De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat dit geen gronden van beroep bevatte, hetgeen een vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Awb.
De rechtbank heeft de gemachtigde van eisers op het verzuim gewezen en een termijn gesteld om dit te herstellen, maar binnen die termijn zijn geen beroepsgronden ingediend noch is een reden voor het verzuim gegeven. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Tevens wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat er geen connexiteit meer bestaat na de uitspraak in het beroep.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden en heeft geen proceskosten toegekend aan eisers. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter C.I.H. Kerstens-Fockens en griffier J.F. Elzenaar. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open voor het verzoek om voorlopige voorziening, maar tegen de niet-ontvankelijkverklaring kan verzet worden ingesteld binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.