ECLI:NL:RBDHA:2024:19152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig is en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de verlenging van de beslistermijn op grond van het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 van kracht is en de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. Eiser betwist dat de situatie voldoet aan de voorwaarden van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet, en stelt dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend.
De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn terecht is toegepast. Omdat eiser zijn aanvraag op 22 februari 2023 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde termijn, waardoor de beslistermijn loopt tot 22 mei 2024. De ingebrekestelling van 25 augustus 2023 is dus te vroeg, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur is ingediend binnen de verlengde beslistermijn.