Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Staandehouding
Bewaringsgronden
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Mongoolse nationaliteit, werd op 20 oktober 2024 de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd op 4 november 2024 opgeheven. Eiseres stelde dat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf was en dat zij ten onrechte strafrechtelijk was aangehouden, waardoor de gegevens onrechtmatig verkregen zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat de strafrechtelijke aanhouding niet onrechtmatig was en dat de gegevens uit het strafrechtelijke voortraject terecht door de vreemdelingenpolitie zijn gebruikt. De minister had voldoende gronden om de maatregel te rechtvaardigen, waaronder een concreet aanknopingspunt voor overdracht op grond van de Dublinverordening en een significant risico op onttrekking aan toezicht.
Eiseres betwistte een lichte grond voor bewaring, maar de rechtbank vond de overige niet betwiste gronden voldoende en feitelijk juist. Ook het verweer dat de maatregel onevenredig was vanwege het wegvallen van online contact met haar kinderen werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.