De moeder verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind vanwege zorgen over de communicatie tussen de ouders en het langdurige gebrek aan contact tussen haar en het kind sinds juli 2022. Zij gaf aan dat de onderlinge communicatie problematisch is en dat het kind mogelijk onverwerkte trauma's heeft die het contact belemmeren.
De vader en de gecertificeerde instelling voerden verweer. De vader benadrukte dat het goed gaat met het kind in zijn thuissituatie en op school, en dat hij bereid is de moeder te informeren en de communicatie te onderhouden. De gecertificeerde instelling stelde dat ondanks langdurige hulpverlening het contact tussen moeder en kind niet is hersteld en dat het kind volhardt in zijn standpunt geen contact te willen. Hoewel het ontbreken van contact een ontwikkelingsbedreiging vormt, rechtvaardigt dit volgens hen geen verlenging van de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter overwoog dat de gronden voor ondertoezichtstelling onvoldoende aanwezig zijn. Het kind heeft de EMDR-behandeling voor trauma's positief afgerond en het blijft bij zijn standpunt geen contact te willen. De druk om contact te leggen werkt averechts. De kinderrechter verwacht geen verandering op korte termijn en ziet geen taak meer voor de gecertificeerde instelling. De vader wordt vertrouwd de moeder te informeren en de ouders kunnen zakelijk communiceren. Daarom werd het verzoek tot verlenging afgewezen.
De beschikking werd op 4 november 2024 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter J.M. Vink. Hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.