ECLI:NL:RBDHA:2024:19223
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na behandeling beroep
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 25 oktober 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank.
Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd, maar is niet verschenen bij de zitting van 14 november 2024, terwijl de minister zich liet vertegenwoordigen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak behandeld.
Omdat de rechtbank bij uitspraak van 21 november 2024 in zaaknummer NL24.42544 reeds op het beroep heeft beslist, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.