ECLI:NL:RBDHA:2024:19241

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 november 2024
Publicatiedatum
21 november 2024
Zaaknummer
NL24.34740
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:57a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling wegens kennelijke ongegrondheid

De rechtbank Den Haag heeft op 21 november 2024 uitspraak gedaan over een verzoek tot proceskostenveroordeling van verzoeker tegen de minister van Asiel en Migratie. Verzoeker had twee beroepen ingediend tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag, waarvan het eerste beroep gegrond werd verklaard en de minister een nieuwe beslistermijn kreeg opgelegd.

De rechtbank beoordeelde ambtshalve dat het tweede beroep geen procesbelang had, omdat reeds op het eerste beroep was beslist. Hierdoor was het tweede beroep niet ontvankelijk. Omdat er geen ontvankelijk beroep was en de minister niet geheel of gedeeltelijk tegemoet was gekomen, kon geen proceskostenveroordeling worden toegewezen.

De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling af als kennelijk ongegrond en deed dit zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier B.A. Smit.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.34740

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

v-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Overwegingen

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het verzoek om de minister te veroordeling in de vergoeding van de proceskosten van verzoeker.
2. Omdat het verzoek als kennelijk ongegrond wordt afgewezen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
4. Verzoeker heeft op 9 juli 2024 (NL24.27653) een beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag ingediend. Op 5 september 2024 is door verzoeker nogmaals een beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag ingediend. Bij uitspraak van
13 september 2024 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van 9 juli 2024 tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van verzoeker gegrond verklaard en de minister een nieuwe beslistermijn gegeven on alsnog een besluit bekend te maken.
5. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of verzoeker procesbelang zou hebben gehad bij een beoordeling van het beroep van 5 september 2024. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Er is door deze rechtbank en zittingsplaats immers al beslist op een beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van verzoeker. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, namelijk het verzoek tot het opleggen van een beslistermijn aan de minister, heeft verzoeker geen belang gehad bij het beroep van 5 september 2024, hetgeen zou hebben geleid tot een niet-ontvankelijk beroep.

Conclusie en gevolgen

6. Nu er geen sprake zou zijn geweest van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank met de beslissing van de minister van 19 september 2024 geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van artikel 8:57a van de Awb. De rechtbank wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.