ECLI:NL:RBDHA:2024:19260

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 november 2024
Publicatiedatum
21 november 2024
Zaaknummer
NL24.31465 en NL24.31467
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens verantwoordelijkheid België

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van 8 augustus 2024 waarbij hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling. Zij verzochten tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummers NL24.31464 en NL24.31466), waardoor een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 19 november 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.31465 en NL24.31467
V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] , [V-nummer 3] , [V-nummer 4] en [V-nummer 5]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker] , verzoeker,

[verzoekster], verzoekers,
mede namens hun minderjarige kinderen
[minderjarige 1] , [minderjarige 2]en
[minderjarige 3],
hierna tezamen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. S.M.L.L. Bijloos),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 8 augustus 2024 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak buiten zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.31464 en NL24.31466, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 19 november 2024 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl. Het dictum is telefonisch meegedeeld aan de gemachtigde van verzoekers op 19 november 2024 om 16:46 uur en aan de gemachtigde van verweerder op 19 november 2024 om 16:48 uur.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Algemene wet bestuursrecht.