ECLI:NL:RBDHA:2024:19264
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv nareis wegens ontbreken asielvergunning referent
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van nareis bij hun referent, die een reguliere verblijfsvergunning heeft en geen asielvergunning. De minister wees de aanvraag af omdat de voorwaarden voor nareis niet zijn vervuld. Eisers stelden dat de minister ook had moeten toetsen aan artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), maar de rechtbank oordeelde dat dit niet verplicht is wanneer de referent geen asielvergunning heeft.
De rechtbank benadrukte dat de minister zijn beleid consistent toepast en dat een ambtshalve 8 EVRM-toets veel capaciteit kost en niet bedoeld is voor aanvragen buiten het nareiskader. Eisers hadden de mogelijkheid om een reguliere aanvraag in te dienen, waardoor het recht op gezinshereniging niet onredelijk wordt belemmerd. De rechtbank verwierp ook het verwijt van onzorgvuldigheid, omdat eisers tijdens de bezwaarprocedure op de hoogte waren van de vereiste asielvergunning en de minister voldoende informatie heeft verstrekt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het griffierecht en proceskostenvergoedingen af. De uitspraak werd mondeling op zitting gedaan en biedt partijen de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-nareisaanvraag is ongegrond verklaard.