ECLI:NL:RBDHA:2024:19284
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging naar Nederland wegens niet-tijdige indiening volgens Kamerbriefcriteria
Eiser, een Afghaan die tussen 2007 en 2010 als bewaker voor de Nederlandse krijgsmacht werkte, verzocht op 15 oktober 2022 om overbrenging naar Nederland. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen omdat eiser niet vóór 11 oktober 2021 een verzoek had ingediend, zoals vereist volgens de Kamerbrief van 11 oktober 2021 die een speciale voorziening voor bepaalde groepen Afghanen regelt.
Eiser stelde dat hij wel degelijk onder de groepen viel die in de Kamerbrief genoemd worden en dat hij een arbeidsovereenkomst had met het ministerie van Defensie. Hij voerde aan dat het te late verzoek niet aan hem kon worden tegengeworpen vanwege zijn schrijnende situatie, gebrek aan internettoegang en gevaar van de Taliban. Tevens beriep hij zich op het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel en het ontbreken van een hoorzitting in bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het verzoek had afgewezen omdat eiser niet tijdig een verzoek had ingediend en niet behoorde tot de afgebakende groep die in de Kamerbrief is opgenomen. Het gelijkheidsbeginsel bood geen grond om het besluit te herzien en de omstandigheid van gevaar in Afghanistan kon niet worden meegewogen omdat het beleid buitenwettelijk begunstigend is met ruime beleidsvrijheid. Ook het ontbreken van een hoorzitting werd niet als onrechtmatig beoordeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser komt niet in aanmerking voor overbrenging naar Nederland. Proceskosten werden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot overbrenging wordt afgewezen wegens niet-tijdige indiening.