ECLI:NL:RBDHA:2024:19285
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging naar Nederland wegens niet-tijdige indiening volgens Kamerbriefbeleid
Eiser, een Afghaan die tussen 2007 en 2010 als bewaker voor de Nederlandse militaire missie werkte, verzocht op 18 juli 2022 om overbrenging naar Nederland. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet behoort tot de afgebakende groepen die in de Kamerbrief van 11 oktober 2021 zijn aangewezen, en omdat het verzoek niet vóór die datum was ingediend.
Eiser stelde dat hij wel onder de groepen valt en dat het te late verzoek hem niet kan worden tegengeworpen vanwege de nijpende situatie en gebrek aan toegang tot internet. Ook voerde hij aan dat hij onder het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel valt en dat hij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat het beleid buitenwettelijk en begunstigend is, waarbij het kabinet beleidsvrijheid heeft om de groepen af te bakenen. Omdat eiser niet tijdig een verzoek indiende, valt hij niet onder de speciale groep en is het beroep ongegrond. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het ontbreken van een hoorzitting slaagt niet.
De rechtbank concludeert dat verweerder het bezwaarschrift terecht heeft afgewezen en dat de risico’s voor eiser niet onderscheidend genoeg zijn om af te wijken van het beleid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om overbrenging naar Nederland wordt ongegrond verklaard.