Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- een of meer anderen te vragen en/of op te dragen en/of te dwingen hun bankrekening en/of pinpas (met pincode) ter beschikking te (laten) stellen en/of
- een of meer anderen naar een pinautomaat te vervoeren en/of mee te gaan naar een pinautomaat en/of
- een of meer geldbedragen te (laten) pinnen en/of (vervolgens) over te (laten) dragen aan een ander(en);
- een of meer anderen te vragen en/of op te dragen en/of te dwingen hun bankrekening en/of pinpas (met pincode) ter beschikking te (laten) stellen en/of
- een of meer anderen naar een pinautomaat te vervoeren en/of mee te gaan naar een pinautomaat en/of
- een of meer geldbedragen te (laten) pinnen en/of (vervolgens) over te (laten) dragen aan een ander(en).
3.De ontvankelijkheid van de officier van justitie
4.De bewijsbeslissing
– uit misdrijf afkomstig – voorwerp voldoende is om dit als witwassen als bedoeld in artikel 420bis Sr aan te merken. Alleen als het voorhanden hebben de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, wordt ingevolge vaste jurisprudentie van de witwasser (als bedoeld in artikel 420bis Sr) in beginsel wel een handeling gevergd die erop is gericht zijn criminele opbrengsten veilig te stellen dan wel dat de gedragingen van de verdachte ook kennelijk gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst daarvan. In dit geval is geen sprake van opbrengsten van eigen misdrijf.
€ 12.000,-, omdat alleen ten aanzien van dit bedrag sprake is geweest van betrokkenheid van de verdachte.
en, een geldbedrag van in totaal EUR
12,-
geldbedrag,
en, geldbedragen van EUR 900,- en EUR 900,- en EUR 600,- en EUR 600,- en EUR 400,- en EUR 430,-,voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij wist, dat die
geldbedragen, geheel of gedeeltelijk,
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
75 (vijfenzeventig) DAGEN;