ECLI:NL:RBDHA:2024:19300
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken besluit in de zin van de Awb over woningbemiddeling
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag waarin haar bezwaar tegen een brief van 18 juli 2023 niet-ontvankelijk is verklaard. Deze brief betrof een reactie op een klacht van de broer van eiseres over de inspanningen van de gemeente om voor eiseres een passende woning te vinden.
De rechtbank heeft beoordeeld of de brief van 18 juli 2023 kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De brief bevatte een mededeling dat de gemeente de extra inzet voor woningbemiddeling na drie maanden zal staken, maar wijzigde niets aan de rechten en plichten van eiseres op grond van het eerdere urgentiebesluit van 8 april 2021.
De rechtbank oordeelt dat de brief geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en dat de wethouder geen bestuursorgaan is in deze context. De beëindiging van de extra inzet is een feitelijke handeling zonder rechtsgevolgen voor eiseres. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep ongegrond.
Eiseres krijgt geen griffierecht terug en er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M. Garabitian en griffier E.H. Maas op 29 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard omdat de brief van 18 juli 2023 geen besluit in de zin van de Awb is.