Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De inhoud van de vordering
3.De grondslag voor ontneming
- medeplegen van witwassen
- diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
- witwassen, meermalen gepleegd.
- Dat volgt alleen al uit de aard van de witwasdelicten. Witwashandelingen hebben immers per definitie betrekking op voorwerpen die afkomstig zijn uit enig misdrijf. Uit de bewezenverklaring volgt dat sprake is van een voorafgaand gepleegd gronddelict. In dit geval is ook duidelijk om welke ander strafbare feiten het gaat, namelijk de afdreiging van [naam 1] (hierna: [naam 1] ), de afdreiging van [naam 2] (hierna: [naam 2] ), de afdreiging van [naam 3] (hierna: [naam 3] ) en de oplichting van [naam 4] (hierna: [naam 5] ).
- Daarnaast is het aannemelijk dat [naam 6] (hierna: [naam 6] ), [naam 7] (hierna: [naam 7] ) en [naam 8] (hierna: [naam 8] ) geld hebben overgemaakt naar de rekening van de veroordeelde naar aanleiding van een oplichting en dat die oplichting heeft geleid tot wederrechtelijk verkregen voordeel voor de veroordeelde. Daarbij zijn van belang de verklaringen van die [naam 6] , [naam 7] en [naam 8] (dat ze geld hebben overgemaakt voor een seksafspraak, terwijl de ‘vrouw’ met wie ze hadden afgesproken niet kwam opdagen) en het onderzoek dat is gedaan naar de bankrekening van de veroordeelde (waaruit blijkt dat het geld van de opgelichte personen op zijn bankrekening is gestort).
- Voorts is aannemelijk dat [naam 9] (hierna: [naam 9] ), [naam 10] (hierna: [naam 10] ), [naam 11] (hierna: [naam 11] ) en [naam 12] (hierna: [naam 12] ) geld hebben overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 1] (hierna: [verdachte 1] ), respectievelijk de bankrekening van de veroordeelde, naar aanleiding van een afdreiging en dat die afdreiging heeft geleid tot wederrechtelijk verkregen voordeel voor de veroordeelde. Daarbij zijn van belang de aangiftes door [naam 9] , [naam 10] en [naam 11] (waaruit blijkt dat ze geld hebben overgemaakt naar aanleiding van een afdreiging / om te voorkomen dat hun naaktfoto’s zouden worden verspreid), het onderzoek naar de bankrekening van [verdachte 1] (waaruit blijkt dat het geld van [naam 9] , [naam 10] en [naam 11] op zijn bankrekening is gestort), het onderzoek naar de bankrekening van de veroordeelde (waaruit blijkt dat het geld van [naam 12] op zijn bankrekening is gestort) en de verklaring van [verdachte 1] dat hij de pas van zijn bankrekening heeft moeten afstaan aan de veroordeelde, dat de veroordeelde voor lange tijd de beschikking had over zijn bankrekening en dat het geld dat hij zelf heeft gepind, heeft afgedragen aan de veroordeelde.
4.De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
- het bedrag (van € 1.500,00) dat [naam 1] had overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 2] (hierna: [verdachte 2] ) heeft verdeeld met [verdachte 3] en € 50,00 heeft afgedragen aan [verdachte 2] ;
- het bedrag (van € 500,00) dat [naam 1] heeft overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 4] (hierna: [verdachte 4] ) voor zichzelf heeft gehouden.
De gebruikte bewijsvoering in het vandaag gewezen vonnis van deze rechtbank in de strafzaak tegen de veroordeelde:
bijlageaan dit vonnis gehecht. De voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel redengevende feiten en omstandigheden ontleent de rechtbank rechtstreeks aan de in de strafzaak gebezigde bewijsmiddelen. In de ontnemingszaak verbindt de rechtbank op grond van dezelfde overwegingen dezelfde gevolgtrekkingen aan die bewijsmiddelen als in de strafzaak.
Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel dat op 23 december 2019 is opgemaakt (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte 1] , nummer 1006, opgemaakt en ondertekend op 19 november 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal ID getoonde foto’s, nummer 1361, opgemaakt en ondertekend op 12 maart 2020 (hieronder samengevat weergegeven):
Foto 23: [de veroordeelde] geboren op [geboortedatum 1] 1997 te [geboorteplaats 1] .
€ 1.500,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 2] en
€ 500,00naar de bankrekening van [verdachte 4] . Uit het dossier blijkt verder dat [naam 5]
€ 175,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van de veroordeelde, dat [naam 2]
€ 600,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van de veroordeelde, dat [naam 3]
€ 1.000,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van de veroordeelde, dat [naam 6]
€ 120,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van de veroordeelde, dat [naam 7]
€ 100,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van de veroordeelde, dat [naam 8]
€ 150,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van de veroordeelde en dat [naam 12] in totaal
€ 180,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van de veroordeelde. Uit het dossier blijkt voorts dat [naam 9]
€ 500,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 1] , dat [naam 10]
€ 896,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 1] en dat [naam 11]
€ 900,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 1] . Voornoemde bedragen zijn allemaal overgemaakt naar aanleiding van afdreigingen, dan wel oplichtingen. Uit de verklaringen van [verdachte 4] , [verdachte 2] en [verdachte 1] blijkt dat ze fungeerden als katvanger.
€ 105,00) en een geldbedrag van
€ 180,00(van de rekening) van [verdachte 6] weggenomen.
€ 6.906,00(€ 1.500,00 + € 500,00 + € 175,00 + € 600,00 + € 1.000,00 + € 120,00 +
€ 100,00 + € 150,00 + € 180,00 + € 500,00 + € 896,00 + € 900,00 + € 105,00 + € 180,00).
€ 700,00((€ 1.500,00 - € 100,00) : 2).
€ 250,00(€ 500,00 : 2).
€ 90,00(€ 180 : 2) wordt geschat. Gelet op de verklaring van [verdachte 6] en de foto die op het Instagram-account van de veroordeelde is geplaatst, is het naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat de veroordeelde de pet zelf heeft gehouden. De rechtbank schat het wederrechtelijk verkregen voordeel door de diefstal van de pet op
€ 105,00.
€ 2.296,00(€ 500,00 + € 896,00 + € 900,00). Niet gebleken is dat de veroordeelde, als kernlid van een criminele organisatie die zich bezig hield met afdreigingen, het geld moest delen met andere personen.
€ 2.325,00(€ 175,00 + € 600,00 + € 1.000,00 + € 120,00 + € 100,00 + € 150,00 + € 180,00).
€ 5.766,00(€ 700,00 + € 250,00 + € 90,00 + € 105,00 + € 2.296,00 + € 2.325,00).
5.De vaststelling van de betalingsverplichting
6.Het toepasselijke wetsartikel
7.De beslissing
€ 5.766,00;
€ 5.766,00aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
Hij was de chauffeur van [naam 27] .
Hoe vaak heb je hem gezien?
Ik heb hem denk ik wel zo een drie keer gezien toen samen met [naam 27] .
Foto 19: [verdachte 5] , geboren op [geboortedatum 4] 1999 te [geboorteplaats 3] .
Getoonde foto is afkomstig uit SKDB.
en, van geldbedragen van in totaal (ongeveer) EUR 32.600,-
- de herkomst heeft verhuld en heeft verhuld, wie de rechthebbende is en
- die geldbedragenheeft verworven en voorhanden heeft gehad terwijl hij wist,
die geldbedragen, geheel, onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf;
toebehorendeaan [verdachte 6] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [verdachte 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat hij, verdachte en/of zijn mededaders die [verdachte 6]
deze geldbedragenvoorhanden heeft gehad en heeft omgezet, terwijl hij wist, dat
deze geldbedragen,onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf.