Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De inhoud van de vordering
3.De grondslag voor ontneming
- Dat volgt alleen al uit de aard van het witwasdelict. Witwashandelingen hebben immers per definitie betrekking op voorwerpen die afkomstig zijn uit enig misdrijf. Uit de bewezenverklaring volgt dat sprake is van een voorafgaand gepleegd gronddelict. In dit geval is ook duidelijk om welke ander strafbaar feit het gaat, namelijk de afdreiging van [naam 1] (hierna: [naam 1] ).
- Daarnaast is het aannemelijk dat [naam 2] (hierna: [naam 2] ) geld heeft overgemaakt naar de rekening van [verdachte 1] (hierna: [verdachte 1] ) naar aanleiding van een afdreiging en dat die afdreiging (zaak 16) heeft geleid tot wederrechtelijk verkregen voordeel voor de veroordeelde. Daarbij zijn van belang: de aangifte door [naam 2] , het onderzoek naar de bankrekening van [verdachte 1] en het verhoor van die [verdachte 1] bij de politie. [naam 2] heeft namelijk verklaard dat hij op 10 februari 2018 € 350,00 heeft overgemaakt naar een bankrekeningnummer om te voorkomen dat zijn naaktfoto’s werden verspreid. Uit de identificerende gegevens die werden gevorderd, bleek dat het ging om de bankrekening van [verdachte 1] en dat [verdachte 1] het geld heeft opgenomen in de nacht van 10 op 11 februari 2018. [verdachte 1] heeft verklaard dat er op verzoek van [verdachte 2] (hierna: [verdachte 2] ) geld werd gestort op zijn bankrekening, dat hij dat geld pinde en aan [verdachte 2] en de veroordeelde heeft gegeven (en dat het geld ook voor hen bestemd was). De rechtbank acht aannemelijk dat dit het geval was, zowel in zaak 1 als in zaak 16. Daarbij betrekt de rechtbank dat het geld werd gestort in dezelfde periode (alle keren op verzoek van [verdachte 2] ) en dat het pinnen in zaak 16 plaatsvond kort na het pinnen in zaak 1 (in zaak 1 werd op 10 februari 2018 in de avond nog € 1.470,00 opgenomen en diezelfde avond/nacht vond de opname in deze zaak plaats).
4.De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
- het bedrag (van € 6.500,00) dat [naam 1] op de bankrekeningen van [verdachte 1] heeft gestort evenredig heeft verdeeld met [verdachte 2] en € 75,00 heeft afgedragen aan [verdachte 1] ;
- het bedrag (van € 1.500,00) dat [naam 1] had overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 3] (hierna: [verdachte 3] ) heeft verdeeld met [verdachte 4] en € 50,00 heeft afgedragen aan [verdachte 3] , en
- het bedrag (van € 2.000,00) dat [naam 1] heeft gestort op de bankrekening van [verdachte 5] (hierna: [verdachte 5] ), minus een correctie van € 750,00 (dat bedrag is door de Rabobank teruggestort naar [naam 1] ), heeft verdeeld met [verdachte 6] en [verdachte 7] .
De gebruikte bewijsvoering in het vandaag gewezen vonnis van deze rechtbank in de strafzaak tegen de veroordeelde:
bijlageaan dit vonnis gehecht. De voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel redengevende feiten en omstandigheden ontleent de rechtbank rechtstreeks aan de in de strafzaak gebezigde bewijsmiddelen. In de ontnemingszaak verbindt de rechtbank op grond van dezelfde overwegingen dezelfde gevolgtrekkingen aan die bewijsmiddelen als in de strafzaak.
Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel dat op 23 december 2019 is opgemaakt (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte 1] , nummer 233, opgemaakt en ondertekend op 13 maart 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte 1] , nummer 238, opgemaakt en ondertekend op 14 maart 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal van bevindingen van identiteit verdachten op getoonde foto’s, nummer 919, opgemaakt en ondertekend op [geboortedatum 11] 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
Foto 19: [verdachte 2] .
Foto 20: de veroordeelde.
Het proces-verbaal onderzoek historische bankgegevens van verdachte [verdachte 1] , nummer 34, opgemaakt en ondertekend op 28 januari 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal onderzoek bankrekeningnummer [bankrekening 3] , nummer 1507, opgemaakt en ondertekend op 8 juni 2020 (hieronder samengevat weergegeven):
€ 6.500,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 1] ,
€ 1.500,00naar de bankrekening van [verdachte 3] en
€ 2.000,00naar de bankrekening van [verdachte 5] . Uit het dossier blijkt daarnaast dat [naam 2]
€ 350,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 1] naar aanleiding van een afdreiging. Dit geld hebben [naam 1] en [naam 2] overgemaakt naar aanleiding van afdreigen. Uit de verklaringen van [verdachte 1] , [verdachte 3] en [verdachte 5] blijkt dat ze fungeerden als katvanger.
€ 10.350,00(€ 6.500,00 + € 1.500,00 + € 2.000,00 + € 350,00).
€ 3.075,00, als wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde kan worden toegeschreven.
€ 175,00(€ 350,00 : 2) voor de veroordeelde. [verdachte 1] heeft verklaard dat hij drie keer een vergoeding heeft gekregen en die vergoeding heeft de rechtbank al als kosten opgenomen bij zaak 1. Daarom gaat de rechtbank ervan uit dat [verdachte 1] geen vergoeding heeft gekregen in zaak 16.
€ 700,00((€ 1.500,00 - € 100,00) : 2).
€ 208,33(€ 1.250,00 : 6).
€ 4.158,33(€ 3.075,00 + € 175,00 + € 700,00 + € 208,33).
5.De vaststelling van de betalingsverplichting
6.Het toepasselijke wetsartikel
7.De beslissing
€ 4.158,33;
€ 4.158,33aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
Hij was de chauffeur van [naam 17] .
Hoe vaak heb je hem gezien?
Ik heb hem denk ik wel zo een drie keer gezien toen samen met [naam 17] .
Foto 19: [verdachte 2] , geboren op [geboortedatum 5] 1999 te [geboorteplaats 4] .
Getoonde foto is afkomstig uit SKDB.
en, van geldbedragen van in totaal (ongeveer) EUR 32.600,-
van die geldbedragenzijn
die geldbedragen,
geldbedragen, geheel, onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf;