Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De inhoud van de vordering
3.De grondslag voor ontneming
- medeplegen van witwassen (zaak 1);
- medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd (zaken 5, 20, 23, 51 en ambtshalve zaken 2 en 3).
4.De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De gebruikte bewijsvoering in het vandaag gewezen vonnis van deze rechtbank in de strafzaak tegen de veroordeelde:
bijlageaan dit vonnis gehecht. De voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel redengevende feiten en omstandigheden ontleent de rechtbank rechtstreeks aan de in de strafzaak gebezigde bewijsmiddelen. In de ontnemingszaak verbindt de rechtbank op grond van dezelfde overwegingen dezelfde gevolgtrekkingen aan die bewijsmiddelen als in de strafzaak.
Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel dat op 30 december 2019 is opgemaakt (hieronder samengevat weergegeven):Zaak 1
Het proces-verbaal ‘Criminele organisatie’, met het nummer 1518, opgemaakt en ondertekend op 4 november 2020 (hieronder samengevat weergegeven):
De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 22 oktober 2024 (hieronder samengevat weergegeven):
€ 12.000,00heeft overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 1] / [verdachte 3] . Uit het dossier blijkt verder dat [naam 2]
€ 900,00, [naam 3]
€ 900,00, [naam 4]
€ 600,00en [naam 5]
€ 430,00hebben overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 2] (eveneens een katvanger). Uit de verklaringen van [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] blijkt dat ze dit geld hebben overgemaakt naar aanleiding van afdreigingen. Uit de verklaringen van [verdachte 1] , [verdachte 3] , [verdachte 2] en de veroordeelde blijkt dat [verdachte 1] , [verdachte 3] en [verdachte 2] fungeerden als katvanger en dat de veroordeelde hun bankrekeningen heeft ‘geronseld’.
€ 14.830,00(€ 12.000 + € 900,00 + € 900,00 + € 600,00 + € 430,00).
€ 5.932,00van de totale opbrengst van € 14.830,00 kreeg in ruil voor het regelen van de rekeningen.
€ 900,00 + € 600.00 + € 430,00) die op de rekening van [verdachte 2] is gestort, een bedrag van
€ 566,00(€ 1.132,00 : 2) aan [verdachte 2] heeft afgedragen. Dit bedrag zal de rechtbank als kosten aftrekken van het deel van de opbrengst dat naar de veroordeelde is gegaan.
€ 5.366,00(€ 5.932,00 - € 566,00).
5.De vaststelling van de betalingsverplichting
6.Het toepasselijke wetsartikel
7.De beslissing
€ 5366,00;
€ 5.366,00aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
– uit misdrijf afkomstig – voorwerp voldoende is om dit als witwassen als bedoeld in artikel 420bis Sr aan te merken. Alleen als het voorhanden hebben de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, wordt ingevolge vaste jurisprudentie van de witwasser (als bedoeld in artikel 420bis Sr) in beginsel wel een handeling gevergd die erop is gericht zijn criminele opbrengsten veilig te stellen dan wel dat de gedragingen van de verdachte ook kennelijk gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst daarvan. In dit geval is geen sprake van opbrengsten van eigen misdrijf.
€ 12.000,-, omdat alleen ten aanzien van dit bedrag sprake is geweest van betrokkenheid van de verdachte.
en, een geldbedrag van in totaal EUR
12,-
geldbedrag,
en, geldbedragen van EUR 900,- en EUR 900,- en EUR 600,- en EUR 600,- en EUR 400,- en EUR 430,-,voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij wist, dat die
geldbedragen, geheel of gedeeltelijk,