Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, kreeg op 6 november 2024 een terugkeerbesluit en inreisverbod opgelegd wegens onrechtmatig verblijf in Nederland, zonder vertrektermijn, en een maatregel van bewaring wegens risico op onttrekking aan toezicht. Eiser voerde aan dat hij onterecht geen vertrektermijn kreeg en dat hij niet wist van de valse documenten die hij gebruikte. De rechtbank stelt vast dat eiser Nederland is binnengekomen met een vals Italiaans rijbewijs en identiteitskaart, en dat hij illegaal arbeid verrichtte.
De minister mocht de vertrektermijn onthouden omdat er sprake is van meerdere zware en lichte gronden die samen het risico op onttrekking aannemelijk maken. Eiser stelde dat hij vrijwillig wilde terugkeren en beroept zich op het gelijkheidsbeginsel, maar de rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende meewerkte en dat het gelijkheidsbeginsel niet slaagt omdat de omstandigheden verschillen van de aangehaalde zaak.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht een maatregel van bewaring oplegde omdat een lichter middel niet doeltreffend zou zijn. De minister heeft voldoende voortvarend gehandeld en er is zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. De beroepen worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.