ECLI:NL:RBDHA:2024:19368
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlengingsbesluit huisverbod wegens strijd met evenredigheidsbeginsel
Verzoeker kreeg op 30 augustus 2024 een huisverbod opgelegd door de burgemeester van Den Haag vanwege een dreiging van gevaar in de woning. Dit verbod werd op 6 september 2024 verlengd tot 27 september 2024. Verzoeker stelde beroep in tegen deze verlenging en vroeg om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke huisverbod terecht was opgelegd, maar dat de verlenging niet in redelijkheid kon worden gehandhaafd. De verlenging was gebaseerd op het ontbreken van veiligheidsafspraken, maar dit was te wijten aan de zus van verzoeker die niet wilde meewerken aan hulpverlening. De rechtbank vond dat deze situatie niet ten koste mocht gaan van verzoeker.
Daarom werd het verlengingsbesluit vernietigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank al op het beroep had beslist. Verweerder, de gemeente Den Haag, werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het verlengingsbesluit van het huisverbod wordt vernietigd wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel.