ECLI:NL:RBDHA:2024:19381
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister niet in behandeling is genomen omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van het Dublin-verdrag.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 19 november 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en heeft het verzoek daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 22 november 2024 en is definitief; hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist en er geen spoedeisend belang is.