Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. R.P. van Tuinenburg en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman
mr. J.P. van Rossum naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 7 maart 2024 te ’s-Gravenhage [naam 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door met een mes, in ieder geval een scherp en/of puntig voorwerp,
onder de onderkaak (links), in elk geval in het lichaam van die [naam 1] te steken en/of snijden;
hij op of omstreeks 7 maart 2024 te ’s-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [naam 2] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven
te beroven, meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in en/of in de richting van de buikstreek en/of de arm en/of billen, althans het lichaam van die [naam 2] heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 7 maart 2024 te 's-Gravenhage aan [naam 2] opzettelijk
en met voorbedachten radezwaar lichamelijk letsel, te weten een doorgesneden zenuw in de arm, heeft toegebracht door meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in en/of in de richting van de arm, althans het lichaam van die [naam 2] te steken/snijden;
hij op of omstreeks 7 maart 2024 te ’s-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam 2] opzettelijk
en met voorbedachten radezwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal (met kracht) in en/of in de richting van de buikstreek en/of de arm en/of billen, althans het lichaam van die [naam 2] heeft gestoken/gesneden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
3.De bewijsbeslissing
hij op 7 maart 2024 te ’s-Gravenhage [naam 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd door met een mes onder de onderkaak links van die [naam 1] te steken;
hij op 7 maart 2024 te ’s-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [naam 2] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven
te beroven, meermalen met kracht met een mes in de buikstreek en de arm en billen van die [naam 2] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De oplegging van een maatregel
M.M. Dankoor, milieuonderzoeker.
7.De vorderingen tot schadevergoeding
€ 113.423,63, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:
€ 228.375,52.
€ 2.470,61.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
niet strafbaar;
- een bedrag van € 265.875,52, bestaande uit € 228.375,52 aan materiële schade en
- een bedrag van € 19.970,61, bestaande uit € 2.470,61 aan materiële schade en € 17.500,- aan affectieschade, aan [naam 3] , vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 7 maart 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald en
- een bedrag van € 17.500,- bestaande uit affectieschade, aan [naam 4] , vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 7 maart 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
€ 265.875,52, bestaande uit € 228.372,52 aan materiële schade, € 17.500,- aan immateriële schade en € 20.000,- aan affectieschade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf
7 maart 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald ten behoeve van [naam 2] ;
7 maart 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald ten behoeve van [naam 4] ;