ECLI:NL:RBDHA:2024:19451
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen boete Participatiewet wegens niet melden werkzaamheden afgewezen
In deze bestuursrechtelijke zaak is het beroep van eiser tegen een door het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer opgelegde boete van €717,36 op grond van de Participatiewet behandeld.
Eiser had nagelaten zijn werkzaamheden als tatoeëerder en de daarmee verdiende inkomsten te melden, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt. Het college heeft de boete vastgesteld op basis van normale verwijtbaarheid en gemaximeerd volgens de bijstandsnorm, waarbij rekening is gehouden met een aflosperiode van 12 maanden.
Eiser voerde aan dat het wetsvoorstel Wet handhaving sociale zekerheid, dat nog geen wet is, zou moeten leiden tot een lagere boete en dat de boete geen prikkel meer zou zijn omdat hij geen bijstand meer ontvangt. De rechtbank oordeelde dat het college terecht handelde en dat een boete een punitieve sanctie is, waarbij het wetsvoorstel niet relevant is.
De rechtbank wees het beroep af, oordeelde dat er geen reden was om de boete te matigen, en bepaalde dat eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete van €717,36 wegens niet melden van werkzaamheden onder de Participatiewet is ongegrond verklaard.