Eiser parkeerde op 17 december 2022 met een bezoekersvergunning in Delft, maar meldde het kenteken pas 17 minuten na het parkeren aan. Verweerder legde daarop een naheffingsaanslag parkeerbelasting op wegens het niet tijdig voldoen aan de parkeerverplichtingen.
De rechtbank oordeelt dat een redelijke termijn geldt om een vergunning aan te melden en dat deze termijn afhankelijk is van de omstandigheden. Eiser startte onverwijld met het aanmelden via een sociaal licht beperkte vergunninghouder, wat de aanmeldingsduur verlengde. De rechtbank acht deze 17 minuten niet onredelijk lang en concludeert dat eiser onverwijld en onafgebroken handelde.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, de naheffingsaanslag vernietigd en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. De uitspraak is gedaan op 6 februari 2024 door rechter A.D. van Riel.