ECLI:NL:RBDHA:2024:19463
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting inbewaringstelling op grond van Wet zorg en dwang
De rechtbank Den Haag behandelde op 4 november 2024 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg tot verlenging van de inbewaringstelling van cliënt op grond van artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang. Cliënt, geboren in 1935 en verblijvend in een zorgaccommodatie, toonde aanvankelijk wisselend verzet tegen opname en zorg, maar gaf tijdens de zitting aan graag in de instelling te willen blijven.
De arts verklaarde dat cliënt verpleeghuiszorg nodig heeft vanwege ontremming en overzichtsverlies door een vasculaire psychogeriatrische aandoening. Cliënt was aanvankelijk verward en onrustig, met gedragsproblemen zoals nachtelijk gebruik van de telefoon en agressie richting haar dochter. De situatie leidde tot ernstig dreigend nadeel, waaronder lichamelijk letsel en psychische schade.
Echter, uit de recente observaties en toelichting van de arts bleek dat cliënt geen gedragsmatig of verbaal verzet meer toont, niet op zoek is naar een uitgang, en het verblijf accepteert. Hierdoor zijn de criteria voor voortzetting van de inbewaringstelling niet langer vervuld. De rechtbank concludeerde dat het verzoek moet worden afgewezen en wees het af.
De beschikking is op 4 november 2024 uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 18 november 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen omdat cliënt geen verzet meer toont en het verblijf accepteert.