ECLI:NL:RBDHA:2024:19463

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 november 2024
Publicatiedatum
25 november 2024
Zaaknummer
C/09/674869 / FA RK 24-7755
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting inbewaringstelling op grond van Wet zorg en dwang

De rechtbank Den Haag behandelde op 4 november 2024 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg tot verlenging van de inbewaringstelling van cliënt op grond van artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang. Cliënt, geboren in 1935 en verblijvend in een zorgaccommodatie, toonde aanvankelijk wisselend verzet tegen opname en zorg, maar gaf tijdens de zitting aan graag in de instelling te willen blijven.

De arts verklaarde dat cliënt verpleeghuiszorg nodig heeft vanwege ontremming en overzichtsverlies door een vasculaire psychogeriatrische aandoening. Cliënt was aanvankelijk verward en onrustig, met gedragsproblemen zoals nachtelijk gebruik van de telefoon en agressie richting haar dochter. De situatie leidde tot ernstig dreigend nadeel, waaronder lichamelijk letsel en psychische schade.

Echter, uit de recente observaties en toelichting van de arts bleek dat cliënt geen gedragsmatig of verbaal verzet meer toont, niet op zoek is naar een uitgang, en het verblijf accepteert. Hierdoor zijn de criteria voor voortzetting van de inbewaringstelling niet langer vervuld. De rechtbank concludeerde dat het verzoek moet worden afgewezen en wees het af.

De beschikking is op 4 november 2024 uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 18 november 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen omdat cliënt geen verzet meer toont en het verblijf accepteert.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/674869 / FA RK 24-7755
Datum beschikking: 4 november 2024

Afwijzing verzoek machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikkingnaar aanleiding van het op 30 oktober 2024 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[cliënt] ,

hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1935 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] in [plaatsnaam] ,
advocaat: mr. H.C. Uittenbogaart te Alphen aan den Rijn.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 30 oktober 2024.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking van de burgemeester van de gemeente Katwijk van 29 oktober 2024 tot inbewaringstelling;
- de op 29 oktober 2024 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, M.L.M. Michiels, die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek (zitting) heeft plaatsgevonden op 4 november 2024. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door mr. M.J. de Jongh, waarnemend voor de advocaat;
- de arts W. Swagerman.

Standpunten ter zitting

Cliënt heeft op de zitting kenbaar gemaakt dat zij heel tevreden is over de haar bij [accommodatie] geboden zorg. Ze wil er heel graag blijven. De advocaat zich heeft namens cliënt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De arts heeft verklaard dat cliënt verpleeghuiszorg nodig heeft, met name gelet op de ontremming en het overzichtsverlies die bij haar worden gezien. Cliënt toonde aan het begin van de opname wisselend verzet. Zij stemde niet met de opname en reageerde afwijzend bij het aanbieden van zorg. Het verzet lijkt nu echter verbleekt. Cliënt toont geen gedragsmatig verzet tegen de opname, accepteert probleemloos alle haar geboden zorg en zegt nu op de zitting zelf ook dat ze in de accommodatie wil blijven. De arts sluit niet uit dat het verzet opnieuw aanwakkert, maar het lijkt er op dat cliënt zich in de opname kan vinden.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten een vasculaire ziekte, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Cliënt is in toenemende mate verward en heeft ook waanideeën. Zij is ’s nachts erg onrustig waardoor zij uitgeput raakt. Zij maakt ’s nachts ook veelvuldig gebruik van de telefoon. Toen haar dochter daarop trachtte in te grijpen, is zij door cliënt gestompt. Cliënt is steeds minder goed in staat om initiatief te nemen. Zo moet zij worden aangespoord om te eten en te drinken. De dochter van cliënt raakt uitgeput.
Op de zitting is gebleken dat cliënt zich niet langer verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Uit de toelichting van de arts blijkt dat cliënt niet op zoek gaat naar een uitgang of probeert om weg te lopen. Ook is er de afgelopen dagen geen sprake meer geweest van verbaal verzet, maar geeft cliënt in plaats daarvan aan dat zij graag in de instelling wil blijven. Dit betekent dat niet is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.E. Schotte, rechter, bijgestaan door B.M. Muller - Santana de Andrade als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 november 2024.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 november 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.