ECLI:NL:RBDHA:2024:19488
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
De rechtbank Den Haag heeft uitspraak gedaan over het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Eiser had een ingebrekestelling ingediend die volgens de rechtbank te vroeg was ingediend, omdat de wettelijke beslistermijn was verlengd met negen maanden vanwege een groot aantal asielaanvragen.
De rechtbank verwijst naar artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarin een beslistermijn van zes maanden is vastgesteld, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij uitzonderlijke omstandigheden. De minister heeft deze verlenging rechtsgeldig toegepast op de aanvraag van eiser, die op 2 december 2023 werd ingediend.
Omdat de ingebrekestelling op 20 augustus 2024 werd ontvangen, terwijl de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken, oordeelt de rechtbank dat de ingebrekestelling prematuur was. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, aangezien partijen geen zitting wensten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.