ECLI:NL:RBDHA:2024:19496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijkheid hoofdverblijf en ontbreken bewijsstukken
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om zijn aanvraag voor bijstand af te wijzen. Het primaire besluit dateert van 10 februari 2023 en het bezwaarbesluit van 31 juli 2023 handhaafde deze afwijzing.
De rechtbank heeft het beroep op 14 november 2024 behandeld, waarbij eiser niet is verschenen. De rechtbank toetst het besluit over de periode van 23 november 2022 tot en met 10 februari 2023. De bewijslast voor het recht op bijstand ligt bij de aanvrager, die duidelijkheid moet verschaffen over zijn woon- en financiële situatie.
Het college heeft eiser meerdere malen verzocht om relevante documenten en informatie, waaronder bewijs van hoofdverblijf en financiële gegevens. Eiser gaf aan bij een vriend te verblijven, maar kon geen toestemming verkrijgen om het adres te bevestigen. Hierdoor is onvoldoende duidelijkheid over het hoofdverblijf verschaft. Een later opgegeven adres in een nieuwe aanvraag is niet relevant voor de te beoordelen periode.
De rechtbank oordeelt dat het college het besluit terecht heeft genomen en dat er geen sprake is van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, zonder terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf en financiële situatie.