ECLI:NL:RBDHA:2024:19530

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 november 2024
Publicatiedatum
26 november 2024
Zaaknummer
NL24.37740 en NL24.37741
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbBesluit WBV 2023/3
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroepen wegens prematuur ingediende ingebrekestellingen bij asielaanvragen

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet noodzakelijk was en heeft de zaken zonder zitting behandeld.

De kern van het geschil betreft de ingebrekestellingen die eisers aan de minister van Asiel en Migratie hebben gestuurd. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een betrokkene eerst een ingebrekestelling sturen voordat beroep kan worden ingesteld wegens niet tijdig beslissen. Sinds 1 januari 2023 zijn de beslistermijnen voor asielaanvragen verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2023/3.

De aanvragen van eisers vielen binnen deze verlengde termijn, waardoor de ingebrekestellingen prematuur waren. De rechtbank oordeelt dat hierdoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep en verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard vanwege prematuur ingediende ingebrekestellingen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.37740 en NL24.37741
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], met V-nummer: [V-nummer 1] ,
[eiseres], met V-nummer: [V-nummer 2] . hierna gezamenlijk: eisers
(gemachtigde: mr. F.W. Verweij) en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank de onderzoeken gesloten en de zaken niet behandeld op een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Sinds 27 januari 2023 is het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. De asielaanvragen van eisers van 29 augustus 2023 vallen onder het toepassingsbereik van dit besluit. De beslistermijn in hun zaken is dus met negen maanden verlengd. De termijn om te beslissen
1. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
3 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235.
op hun aanvragen was daarom nog niet verstreken toen zij de ingebrekestellingen indienden bij verweerder. De ingebrekestellingen zijn daarmee prematuur. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 november 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.