Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende op 29 april 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling, omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Dit werd bevestigd door Eurodac-gegevens waaruit bleek dat eiser op 11 april 2024 in Kroatië internationale bescherming had gezocht.
Eiser betwistte dit besluit en voerde aan dat het Kroatische asielsysteem structurele tekortkomingen vertoont, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer toepasbaar zou zijn. Hij verwees onder meer naar statistische gegevens van AIDA en ECRE en een uitspraak van het Verwaltungsgericht Braunschweig over pushbacks.
De rechtbank oordeelde dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State recentelijk had bevestigd dat Kroatië verantwoordelijk blijft en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is. De aangevoerde rapporten en jurisprudentie werden reeds betrokken in eerdere uitspraken, waaruit bleek dat er geen sprake is van structurele tekortkomingen of een reëel risico op ernstige schade voor Dublinclaimanten.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het besluit van de minister om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen terecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.