Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie1, (gemachtigde: R. Hopman).
Procesverloop
Overwegingen
Lichter middel
Ambtshalve toetsing
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 1 oktober 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Algerijnse asielzoeker. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep getoetst, mede gelet op een eerdere uitspraak van 24 oktober 2024 waarin de rechtmatigheid van de maatregel tot dat moment was bevestigd.
Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting was en dat de minister onvoldoende voortvarend handelde. Daarnaast stelde hij dat de minister ten onrechte geen lichter middel had toegepast en dat de belangenafweging disproportioneel was. De rechtbank oordeelde dat het zicht op uitzetting geen vereiste is bij de toegepaste bewaringsgrond en dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld, onder meer door het verzoek om behandeling van het asielberoep naar voren te halen.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het niet toepassen van een lichter middel en concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die het voortduren van de maatregel disproportioneel maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.