Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
N. Ouahim, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 1 september 2023 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in. De minister moest op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden een besluit nemen, met een mogelijke verlenging van negen maanden vanwege een grote instroom van asielaanvragen.
De minister heeft de beslistermijn verlengd met negen maanden, waardoor de uiterste beslisdatum voor de aanvraag van eiser op 1 december 2024 viel. Eiser stelde de minister op 23 augustus 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 11 september 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat deze werd ingediend vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn. Hierdoor voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.