ECLI:NL:RBDHA:2024:19603
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing zorgmachtiging wegens wilsbekwaam verzet en onvoldoende onderbouwing psychische stoornis
De rechtbank Den Haag behandelde op 12 november 2024 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.
De medische verklaring stelde een psychische stoornis vast, maar de rechtbank vond de diagnose onvoldoende duidelijk omschreven en twijfelde aan de ernst van het beschreven nadeel. Betrokkene werd onafhankelijk door een psychiater als wilsbekwaam beoordeeld en verzette zich gemotiveerd tegen de verplichte zorg. Er was geen sprake van acuut levensgevaar of een aanzienlijk risico op ernstig nadeel voor anderen.
Ter zitting gaf betrokkene aan dat zijn situatie verbeterd is en dat hij geen psychische stoornis of ernstig nadeel ervaart. De psychiater stelde dat betrokkene psychisch instabiel is en niet wilsbekwaam, maar de rechtbank hechtte meer waarde aan de onafhankelijke beoordeling.
Gezien het wilsbekwame verzet van betrokkene en het ontbreken van een acuut risico, besloot de rechtbank het verzoek tot zorgmachtiging af te wijzen, verwijzend naar het arrest van de Hoge Raad van 4 februari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:123).
Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen vanwege het wilsbekwame verzet van betrokkene en het ontbreken van acuut levensgevaar of aanzienlijk risico.