ECLI:NL:RBDHA:2024:19660
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige uitsluiting van studenten van de eenmalige energietoeslag 2022 door het college van Den Haag
Eisers, studenten die energietoeslag hadden aangevraagd, werden door het college van Den Haag afgewezen omdat zij studiefinanciering ontvingen en daardoor volgens het college niet tot de doelgroep behoorden. Het college beriep zich op doelmatigheid en het voorkomen van overcompensatie bij studenten als groep.
De rechtbank oordeelde dat studenten en andere minima zich in vergelijkbare situaties bevinden wat betreft woonsituatie, inkomen en energiekosten, waardoor sprake is van ongelijke behandeling. Hoewel het college een legitiem doel nastreefde, namelijk doelmatige besteding van middelen en voorkomen van overcompensatie, was het categorisch uitsluiten van studenten slechts ten dele doelmatig en niet proportioneel.
De rechtbank stelde vast dat een substantieel deel van de studenten in vergelijkbare woonomstandigheden verkeert als minima die wel energietoeslag ontvangen. Het college had geen minder vergaande alternatieven onderbouwd, zoals differentiatie op basis van woonsituatie of energiecontract. Ook bood individuele bijzondere bijstand geen redelijk alternatief. Daarom is artikel 4, vierde lid, onder c, van de Beleidsregel in strijd met het discriminatieverbod en gelijkheidsbeginsel en onverbindend.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, droeg het college op een nieuw besluit te nemen, en veroordeelde het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het besluit van het college om studenten categorisch uit te sluiten van de energietoeslag is vernietigd wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod.