ECLI:NL:RBDHA:2024:19671
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige categorale uitsluiting van studenten van energietoeslag 2022
Eiser diende een aanvraag in voor een eenmalige energietoeslag 2022 op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag werd afgewezen met als grond dat studiefinanciering een voorliggende voorziening zou zijn. In beroep stelde eiser dat studiefinanciering niet passend was en dat zijn inkomen onder de norm lag.
De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte studiefinanciering als voorliggende voorziening had aangemerkt en dat het categorisch uitsluiten van studenten niet proportioneel was. Hoewel het college het doel had overcompensatie te voorkomen, bleek uit cijfers dat een substantieel deel van de studenten vergelijkbare woonomstandigheden heeft als andere minima die wel aanspraak maken op de toeslag.
De rechtbank concludeerde dat artikel 4, vierde lid, onder c, van de Beleidsregel energietoeslag Den Haag 2022 in strijd is met het discriminatieverbod en het gelijkheidsbeginsel en daarom onverbindend is. Het bestreden besluit werd vernietigd en het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit dat studenten categorisch uitsluit van de energietoeslag 2022 is vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.