ECLI:NL:RBDHA:2024:1970
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens niet tijdig besluit mvv-nareis aanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft het besluit niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen genomen en heeft deze termijn met drie maanden verlengd, maar ook daarna geen besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken zonder besluit, dat eiser rechtsgeldig ingebreke is gesteld en dat het beroep niet voortijdig is ingediend. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond en legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van twintig weken op waarbinnen de staatssecretaris alsnog moet beslissen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500, en wordt vastgesteld dat de staatssecretaris reeds €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €184 aan eiser. De uitspraak is gebaseerd op de bijzondere omstandigheden bij gezinshereniging en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van twintig weken op voor het besluit en bepaalt dwangsommen en proceskosten ten laste van de staatssecretaris.