ECLI:NL:RBDHA:2024:19741
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 27 september 2024, waarbij de minister de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, aangezien op hetzelfde moment uitspraak is gedaan op het beroep zelf in zaaknummer NL24.37755.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
De beslissing bevestigt dat de Dublinverantwoordelijkheid van Oostenrijk voor de asielaanvraag rechtsgeldig is vastgesteld en dat de minister terecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is afgewezen.