ECLI:NL:RBDHA:2024:19751

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2024
Publicatiedatum
28 november 2024
Zaaknummer
NL24.26280
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 6:20 AwbWBV 2023/3
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen belang na inwilliging asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Tijdens de procedure heeft de minister van Asiel en Migratie het verzoek alsnog ingewilligd met een besluit van 25 oktober 2024. De rechtbank heeft eiser verzocht binnen twee weken te reageren op dit besluit, maar eiser heeft niet gereageerd, ook niet op een rappelbericht.

De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het vervallen van het procesbelang, omdat het bestreden besluit inmiddels is genomen. Eiser had op grond van de Algemene wet bestuursrecht het recht om beroep in te stellen nadat de minister in gebreke was gesteld en de wettelijke termijn was verstreken.

De rechtbank veroordeelt de verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 437,50, vanwege de beroepsprocedure die is gevoerd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 27 november 2024.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na inwilliging van de aanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.26280

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Bij besluit van 25 oktober 2024 heeft verweerder de asielaanvraag ingewilligd.
De rechtbank heeft op 28 oktober 2024 aan eiser gevraagd om binnen twee weken aan te geven of hij het eens is met het besluit van 25 oktober 2024. Daarbij is aangegeven dat de rechtbank het beroep zal behandelen op grond van het oorspronkelijke beroepschrift als niet binnen de gestelde termijn wordt gereageerd. Als daarin geen gronden voor het beroep zijn vermeld, dan kan het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard worden.
Eiser heeft niet tijdig gereageerd op het bericht van de rechtbank van 28 oktober 2024. Op 11 november 2024 heeft de rechtbank daarom een rappelbericht verzonden met het verzoek om alsnog binnen vijf werkdagen een reactie kenbaar te maken. Ook op dat bericht heeft eiser niet gereageerd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. In artikel 6:20, vijfde lid, van de Awb is bepaald dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog gegrond kan worden verklaard, indien de indiener van het beroepschrift daarbij belang heeft. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat eiser nog belang heeft bij een beoordeling van het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag, aangezien hangende de beroepsprocedure alsnog een beslissing op die aanvraag is genomen. Het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een besluit is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk wegens het vervallen van het procesbelang.
3. Eiser heeft vanwege het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag beroep kunnen instellen bij de rechtbank. Gelet op de van toepassing zijnde WBV 2023/3 had verweerder namelijk uiterlijk op 21 mei 2024 een besluit moeten nemen op eisers asielaanvraag. Eiser heeft verweerder op 11 juni 2024 rechtsgeldig in gebreke gesteld. Op 27 juni 2024 is het beroep wegens niet-tijdig beslissen ingesteld. Door hangende het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de aanvraag een inwilligend besluit te nemen, is verweerder aan het beroep tegemoet gekomen. Er is dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 437,50, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan op 27 november 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.