ECLI:NL:RBDHA:2024:19755
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens kennelijke ongegrondheid
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 21 juni 2024 waarbij zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Tevens verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Gezien de uitspraak van de rechtbank op het hoofdberoep (zaaknummer NL24.28119) op dezelfde dag, is het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waardoor deze uitspraak definitief is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep op dezelfde dag inhoudelijk is behandeld.