ECLI:NL:RBDHA:2024:19760
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening mvv nareis asiel
Verzoekster, een Syrische vrouw geboren in 1951, heeft een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis asiel afgewezen gekregen door de minister van Asiel en Migratie. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij als ware zij in het bezit van een mvv kon worden behandeld en met haar familie naar Nederland kon reizen.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening die feitelijk de komst van verzoekster mogelijk maakt, slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden toegewezen, namelijk bij een zwaarwegend spoedeisend belang en twijfel aan de rechtmatigheid van het besluit. Verzoekster stelde dat zij vanwege haar leeftijd, gezondheidsproblemen en het feit dat haar familie al naar Nederland vertrekt, niet alleen in Syrië kan achterblijven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze omstandigheden niet voldoende urgentie of bijzondere omstandigheden vormen om de voorlopige voorziening toe te kennen. De familie verblijft nog samen in Syrië, verzoekster ondergaat geen medische behandeling en haar medische problemen zijn niet van dien aard dat permanente hulp noodzakelijk is. Het subsidiaire verzoek om een beslistermijn op bezwaar werd afgewezen wegens strijd met de goede procesorde.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en oordeelde dat er geen aanleiding is voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om verzoekster als in het bezit van een mvv te behandelen is afgewezen wegens ontbreken van een zwaarwegend spoedeisend belang.