ECLI:NL:RBDHA:2024:19794

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 november 2024
Publicatiedatum
28 november 2024
Zaaknummer
22/8049
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking beroep bestuursrechtelijke zaak

Verzoekster heeft haar beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden ingetrokken nadat het college met een nieuw besluit aan het beroep tegemoet is gekomen. De rechtbank beoordeelt het verzoek van verzoekster om het college te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank stelt vast dat het college geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoet is gekomen, waardoor verzoekster recht heeft op proceskostenvergoeding. Vanwege de gelijkenis met andere zaken verwijst de rechtbank naar een eerdere uitspraak van dezelfde rechtbank op 20 november 2024 in een vergelijkbare zaak voor de vaststelling van de proceskosten.

Daarnaast wijst de rechtbank het college erop dat het griffierecht van € 50,- dat verzoekster heeft betaald, door het college moet worden vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar op 20 november 2024 door rechter C.J. Waterbolk.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van € 50,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/8049

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2024 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster(gemachtigden: mr. F.A.S. Kool en dhr. S. Wispelweij),

en

het college van burgemeester en wethouders van Leiden, het college

(gemachtigden: mr. K. Bergacker, mr. B.A. van de Ven en F.V. Silva de Jesus).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het college van 27 oktober 2022. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het college met het besluit van 8 oktober 2024 aan het beroep is tegemoetgekomen.
1.1.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Moet het college de proceskosten van verzoeker vergoeden?
3. Het college is tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster. Vanwege het feit dat in een aantal vrijwel identieke zaken beroep is ingesteld wordt voor de proceskostenveroordeling verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank van 20 november 2024 op het beroep van J.O.P. Reijnvaan (reg. nr. SGR 23/6110).
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
4. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.

Beslissing

De rechtbank verwijst verzoekster voor het verzoek om proceskostenvergoeding naar de onder 3. genoemde uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Goederee, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.