ECLI:NL:RBDHA:2024:1980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor haar en haar minderjarige kinderen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht definitief toegewezen op grond van betalingsonmacht.
De aanvraag is ingediend op 3 oktober 2022 en verweerder had uiterlijk 1 april 2023 moeten beslissen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiseres stelde verweerder op 27 oktober 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 16 november 2023 het beroep in, wat tijdig is. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder is veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 19 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen bij overschrijding.