ECLI:NL:RBDHA:2024:19819
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksuele gerichtheid
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, vroeg op 20 september 2024 asiel aan vanwege zijn homoseksuele gerichtheid. De minister wees de aanvraag op 9 oktober 2024 af als kennelijk ongegrond, omdat de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid niet aannemelijk werd geacht. De minister vond dat eiser zijn verklaringen onvoldoende onderbouwde en ongerijmdheden vertoonde over zijn seksuele geaardheid en de omstandigheden in Algerije.
De rechtbank behandelde het beroep op 26 november 2024 en oordeelde dat de minister de afwijzing voldoende had gemotiveerd. De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende bewijsstukken overlegde en dat zijn verklaringen niet samenhangend en aannemelijk waren. Ook het verleden in Algerije en de relatie in Nederland werden niet overtuigend onderbouwd.
De rechtbank verwierp het betoog dat de hoormedewerker niet deskundig was vanwege een onjuiste naam van een datingapp, omdat dit slechts een weergave van eisers eigen verklaring betrof. De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond had afgewezen, waardoor eiser geen verblijfsvergunning krijgt, onmiddellijk moet vertrekken en een inreisverbod van twee jaar opgelegd krijgt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksuele gerichtheid.