De vrouw heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot vaststelling van kinderalimentatie voor haar minderjarige kind vanaf 1 december 2022 tot 28 februari 2024, de datum waarop het kind door een ander is erkend. De man betwist het ouderschap en verzoekt om een officiële DNA-test. De rechtbank weegt de feiten, waaronder een eerder uitgevoerde DNA-thuistest en de gedragingen van partijen, en concludeert dat de man aannemelijk de verwekker is van het kind. Daarom wordt het verzoek tot DNA-onderzoek afgewezen.
De onderhoudsplicht van de man vervalt op het moment van erkenning door de nieuwe partner van de vrouw op 28 februari 2024. De rechtbank stelt vast dat de onderhoudsverplichting van de man redelijkerwijs pas vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift, 1 november 2023, kan worden beoordeeld. Ondanks de wettelijke onderhoudsplicht in deze periode, acht de rechtbank het niet redelijk om kinderalimentatie vast te stellen vanwege de bijzondere omstandigheden, waaronder het ontbreken van contact en het feit dat de vrouw het kind zonder medeweten van de man heeft laten erkennen.
De man verzoekt de vrouw te veroordelen in de proceskosten, maar de rechtbank wijst dit af en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking wordt uitgesproken op 28 november 2024 door rechter C.L. Strop.