ECLI:NL:RBDHA:2024:19827
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 9 oktober 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank.
Op 26 november 2024 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld, samen met een verwante zaak. Verzoeker was aanwezig en werd bijgestaan door een waarnemer van zijn gemachtigde. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overweegt dat aangezien op dezelfde datum uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, het verzoek om een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en daarom wordt afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.L. Boxum en griffier M.A. Buikema en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.