ECLI:NL:RBDHA:2024:19846
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring derde asielaanvraag en oplegging inreisverbod afgewezen
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, diende op 27 oktober 2022 zijn derde aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in. Verweerder verklaarde deze aanvraag op 11 oktober 2024 niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe elementen of bevindingen waren die relevant waren voor de beoordeling, en legde een inreisverbod van twee jaar op.
Eiser voerde aan dat hij ten onrechte niet is gehoord en dat verweerder een LHBTI-coördinator had moeten raadplegen, aangezien hij als asielmotief zijn homoseksualiteit had opgegeven. De rechtbank oordeelde dat de ingediende stukken niet nieuw waren en dat de gestelde affectieve relatie onvoldoende was onderbouwd, mede doordat de verklaring onleesbaar was en eiser niet had gereageerd op het verzoek om een leesbare kopie.
Verweerder had terecht afgezien van het horen van eiser, omdat de nieuwe informatie geen ander oordeel zou kunnen rechtvaardigen. Ook was het niet noodzakelijk een LHBTI-coördinator te raadplegen omdat het ging om de vraag of er nieuwe relevante elementen waren, niet om een geloofwaardigheidstoets.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af wegens gebrek aan connexiteit. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de derde asielaanvraag is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.