ECLI:NL:RBDHA:2024:19848
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na overschrijding beslistermijn asielaanvraag
Verzoeker diende op 18 juni 2022 een asielaanvraag in. Verweerder vroeg Italië op grond van de Dublinverordening om overname, welke fictief werd geaccepteerd. Nederland moest verzoeker binnen zes maanden overdragen, maar dit gebeurde niet tijdig. Verweerder werd op 29 maart 2023 verantwoordelijk voor de aanvraag en had uiterlijk 29 september 2023 moeten beslissen. Deze termijn werd met negen maanden verlengd tot 29 juni 2024.
Ondanks deze verlenging stelde de rechtbank vast dat de beslistermijn van 21 maanden vanaf de aanvraagdatum op 19 maart 2024 was overschreden. Verzoeker stelde verweerder op 3 mei 2024 tijdig in gebreke. Verzoeker trok het beroep in nadat verweerder op 27 september 2024 alsnog een inwilligend besluit nam, maar vorderde proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk en gegrond zou zijn geweest en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten van € 437,50. Dit bedrag is gebaseerd op een vast tarief met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van de zaak en het inschakelen van professionele juridische hulp.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens overschrijding beslistermijn asielaanvraag.