ECLI:NL:RBDHA:2024:19884

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2024
Publicatiedatum
29 november 2024
Zaaknummer
NL24.20822
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na niet-tijdig beslissen op asielaanvraag

Verzoeker heeft op 15 mei 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 16 januari 2023. Vervolgens heeft de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 11 juni 2024 de asielaanvraag ingewilligd, waarna verzoeker het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van een beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, de rechtbank het bestuursorgaan kan veroordelen in de proceskosten. Nu verweerder niet tijdig heeft beslist en alsnog aan het beroep tegemoet is gekomen, is het verzoek tot vergoeding van proceskosten kennelijk gegrond.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 437,50, berekend op basis van één punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag.

Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.20822

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], verzoekerV-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 15 mei 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 16 januari 2023.
Bij besluit van 11 juni 2024 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [2] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 27 november 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit proceskosten bestuursrecht.