ECLI:NL:RBDHA:2024:19930
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdelingenbewaring
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de duur van de vreemdelingenbewaring van zes tot zeven weken onrechtmatig was, mede vanwege de te late behandeling van het asielberoep.
De rechtbank overwoog dat het beroep tegen de afwijzende asielbeschikking binnen de wettelijke termijn van vier weken wordt behandeld en dat een overschrijding van deze termijn niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel. Tevens werd verwezen naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die dit standpunt ondersteunt.
Omdat er geen andere gronden waren om de maatregel onrechtmatig te achten, werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J.L. van der Waals en griffier J.R. Froma.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.