ECLI:NL:RBDHA:2024:19931
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
Op 8 november 2024 is aan eiseres een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 12 november 2024 opgeheven nadat eiseres haar asielaanvraag introk.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de maatregel onrechtmatig was en of schadevergoeding toekendbaar was. Eiseres stelde dat bij het uitreiken van het besluit gebruik was gemaakt van een niet-beëdigde tolk Frans, wat in strijd zou zijn met de Wet beëdigde tolken en vertalers en het EVRM.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van een niet-beëdigde tolk gerechtvaardigd was vanwege de vereiste spoed en het ontbreken van een beschikbare beëdigde tolk in het register, zoals voorgeschreven in artikel 28 van Pro de Wbtv. De motivering was schriftelijk vastgelegd en voldeed aan de wettelijke eisen.
Daarom was er geen sprake van onrechtmatigheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.